Gebed

Ik ben nooit zo’n bidder geweest. Vreemd natuurlijk voor iemand die theologie heeft gestudeerd, maar ik kan wel uitleggen waarom. Ik kom uit een Nederlands Hervormde familie, waar aan tafel voor het eten werd gebeden en na het eten gedankt.

Dat bidden ging ongeveer zo: “Onzevaderdieindehemelzijtuwnaamwordegeheiligd…”. In rap tempo en op één toon opgedreund. Ik had werkelijk geen idee wat deze woordenstroom betekende. Nog minder begreep ik de toegevoegde waarde van dit soort gebeden als niemand wist van het waarom. Dus uiteindelijk besloot ik er niet meer aan mee te doen.

Deze eerste kennismaking met het bidden weerhield mij er niet van om zelf op een geestelijke zoektocht te gaan. Zo bezocht ik ooit een evangelische gemeente en daar werd veel gebeden. Er werd vooral vóór iets en óm iets gebeden. Voor de zending, voor de verspreiding van het evangelie, maar ook voor persoonlijke noden.

Tijdens de dienst was er altijd ruimte voor 'vrij gebed'. Die 'vrije' gebeden kwamen 'uit het hart'. Vaak werd dit moment aangegrepen om de eigen noden te etaleren. Soms om de eigen mening over iets (of iemand!) te verkondigen. Een verkapte preek of terechtwijzing eigenlijk. Niet dat het per se onoprecht was, maar ik vond het een ramp. Vooral omdat er maar geen eind aan leek te komen.

Toch is geen bidden geen zinloze exercitie. Gebed is ademhaling voor de ziel en kent vele vormen. Je kunt in stilte bidden of met woorden. Alleen of in gezelschap van anderen. Het helpt de stroom van gedachten te reguleren en te zuiveren. Gebed focust de aandacht en de wil en plaatst je even buiten de ruimte en tijd van het alledaagse. In die zin is het een heilig gebeuren.

Veel tradities kennen vastgestelde gebedstijden en gebeden als het 'Onze Vader'. Wie het afraffelt, of doet uit routine zal het gebed als een keurslijf ervaren. “Gewoonte is een sterke onzichtbare gevangenis” zei John O’Donohue al, maar bidden zou juist geen vervelend klusje moeten zijn.

Wie zichzelf graag hoort bidden kan er maar beter mee stoppen. Bidden is geen oefening in welbespraaktheid. Evenmin is bidden een manier om je omgeving te laten weten hoe geweldig je bent. Jezus zei: “..jij, wanneer je bidt, kom je binnenkamer in, sluit de deur en bid..” (Matteüs 6,6 Naardense Bijbel). Dat hoeft geen echte kamer te zijn, maar kan ook staan voor het innerlijk en voor (een moment van) afzondering.

Wie woorden zoekt om te bidden kan putten uit een keur aan spirituele tradities en gebeden. Zelf ga ik graag de natuur in. Daar heb ik weinig woorden nodig, voor mij is het een vorm van meditatie. Ik kijk en probeer te luisteren naar de stilte. Daarin is, voor wie er aandacht voor heeft, altijd een Stem te horen. Niet met woorden, maar evengoed aanwezig. Voor wie aandachtig luistert is het goddelijke altijd binnen handbereik.

Pieter

Er zijn nog geen berichten.